Leeg

Nieuws

  • Hoe de gemiddelde automobilist bijdraagt aan de toekomst van de zelfrijdende auto
    Lekker achterover leunen terwijl de auto het werk doet. Wij beginnen langzaam te wennen aan het beeld van de zelfrijdende auto. Zo publiceerde Rijkswaterstaat deze maand een onderzoek waarin wordt gekeken hoe wegen en verkeersborden aangepast moeten worden om geschikt te zijn voor dit vervoersmiddel zonder bestuurder. Het onderzoek markeert een volgende stap in de ontwikkelingsfase van de traditionele auto zoals wij die kennen. Achter het succes van de zelfrijdende auto zitten niet alleen complexe IT-systemen en heel veel data, ook een bestuurder moet ermee om kunnen gaan. Rijd je in een auto met een draadloze internetverbinding, ook wel ‘connected car’, dan draagt de data die hiermee wordt verzameld onder andere bij aan de ontwikkeling van deze zelfrijdende auto.De auto-industrie heeft veel progressie geboekt sinds de eerste auto werd vervaardigd aan het einde van de 19e eeuw en sinds de massaproductie startte in de jaren ’20 van de vorige eeuw.Door de verbazingwekkende innovaties van de laatste tijd, heeft de industrie de afgelopen jaren een snelle ontwikkeling doorgemaakt en is de auto in navolging van de smartphone gegroeid tot een ‘connected’ object. De groeiende toegang tot netwerken, de mogelijkheid om meer en betere real-time data te verzamelen en de constante groei van het aantal voertuigen heeft geleidt tot een altijd groeiende hoeveelheid aan gegevens.De auto’s van vandaag bieden functies op het gebied van veiligheid, comfort, besturing, maar ook het onderhoud en gebruik van het voertuig. Dit was een decennium geleden nog ondenkbaar. Industriële voertuigen ondersteunen vergelijkbare functionaliteiten, wat eveneens bijdraagt aan de exponentiële groei van (data)gegevens. Deze data wordt bijvoorbeeld gebruikt om het bereik en de besturing van de motor te optimaliseren tot een nieuwe vorm die de laatste jaren is ontwikkeld en als een revolutionair alternatief voor de thermale motor wordt gezien.Volgens een rapport van Telefonica uit 2014, was één derde van de voertuigen ‘connected’ (voorzien van toegang tot het internet, met een draadloos netwerk). In 2020 zal dit 90 procent zijn. 86 procent van de autogebruikers gebruiken al applicaties en interactieve hulpmiddelen om een uitstapje te plannen als ze op reis gaan. Volgens het instituut Stategy&, zal de waarde van de connected- automarkt in de Verenigde Staten reiken tot 40,3 miljard dollar in 2016 en tot 122,6 miljard in 2021. In vijf jaar tijd zullen er 220 miljoen connected voertuigen op de weg rijden, die samen de omzet van 2300 miljard dollar zullen genereren, plus 152 miljard dollar voor de software en verwante uitrusting van deze auto’s.“We moeten goed nadenken over wat de juiste manier is om deze gigantische markt van connected-, en binnenkort autonome-, auto’s te beheren. De grote hoeveelheid data die noodzakelijk is om deze voertuigen te beheren, of gegevens gegenereerd door de voertuigen zelf en hun real-time beschikbaarheid vormen de basis voor deze uitdaging”, zegt Sven Schoenaerts van NetApp.Het grootste probleem in de verdere ontwikkeling van de zelfrijdende auto is waarschijnlijk nog steeds geotagging die een accurate sturing kunnen geven. Kort nadat de samenwerking tussen Bosch en TomTom werd aangekondigd, verwierven drie Duitse autofabrikanten Nokia’s mapping service. Voor fabrikanten (OEM’s), is het hebben van de overhand in de sturende infrastructuur een manier om tussenpersonen mee te laten gaan in de wil van Google of Apple - die overigens ook hun eigen zelfrijdende auto’s ontwikkelen.Het gebruik van data heeft vele implicaties, die niet gelimiteerd zijn tot de gebruiker van het voertuig. Het zou bijvoorbeeld kunnen helpen om het management van data te stroomlijnen en om de operationele kosten te reduceren van onze steeds complexer wordende samenlevingen: door het verzamelen van gegevens van alle voertuigen op de weg, is het mogelijk om automobilisten om te leiden via alternatieve routes en hiermee files en energiekosten te vermijden. Hetzelfde geldt voor intermodaal vervoer; om gebruikers van autonome voertuigen te informeren over beschikbare alternatieve routes, voordat ze het stadscentrum bereiken. Tot slot kan het, met het gebruik van data over wie waar rijdt, mogelijk worden om leveranciers te informeren over de aanvulling van winkels langs de drukste routes of op topbestemmingen.De gegevens die door de aangesloten auto’s worden gegenereerd zijn complex en nog niet volledig gereguleerd. Deze data wordt geproduceerd via toepassingen voor navigatie, multimedia en telefonie die te beheren zijn met het scherm dat zich in de auto bevindt. Ze geven informatie over de gewoonten van de bestuurder, die kunnen worden overgedragen aan de autofabrikant, en vervolgens aan derden. Deze gegevens onthullen veel meer over de bestuurders dan ze denken. Vanuit een juridisch oogpunt lijkt het meer dan logisch, dat de gegevens aan de chauffeur toebehoren die ze genereert. Wetten ter bescherming van data bestaan al, maar de grens blijft onzeker over wie de gegevens toebehoren. Het is belangrijk dat deze gegevens niet worden gedeeld met iedereen en dat ze niet gehackt kunnen worden, hoewel het voor nu - voorlopig - geen lucratieve bron van inkomsten voor hackers lijkt.Data opslag is een belangrijk aspect in deze revolutie. Veiligheid is een belangrijke factor om rekening mee te houden. Dan is er nog de vraag van data management in tijd. Autofabrikanten en hun partners zullen stabiele en veilige systemen commercialiseren die in staat zijn om grote hoeveelheden gegevens te verzamelen. Webreuzen en telco’s betreden deze snelgroeiende markt al en niet alleen om technologische redenen. Ze positioneren zichzelf als degene die het beste in staat zijn om nieuwe diensten aan te bieden aan automobilisten, op basis van wat ze weten over hen en hun gewoontes buiten het voertuig. Het is niet alleen de bestuurder die klaar lijkt om de controle over de gegevens te verliezen. Fabrikanten kunnen binnenkort ook niet langer meer de overhand hebben over de technologie aan boord van hun voertuigen als andere systemen zich verbinden met die van hen.Toekomstige connected cars zullen worden uitgerust met computersystemen die de opslag, toegang, het beheer en de analyse van grote hoeveelheden informatie garanderen. Met verschillende mogelijke toepassingen in het achterhoofd, zullen deze systemen worden gehost op een site waar gegevens op afstand kunnen worden benaderd. Dit, met voldoende technologische capaciteiten voor het implementeren van geavanceerde, real-time analytics. Het is ook belangrijk dat deze systemen efficiënt en flexibel genoeg zijn om de kosten die komen kijken bij data management te verminderen. Het is ook een vereiste dat de grote hoeveelheden data gedurende de levensduur van het voertuig bewaard kunnen worden. Dit roept de vraag op wat er gebeurt met de gegevensoverdracht wanneer een voertuig van eigenaar verandert: hoe voorkom je dat het systeem de nieuwe automobilist koppelt aan de data die eerder is verzameld door de vorige eigenaar? Automotive-connectiviteit zal niet werken, tenzij het verzamelen, toegang tot, en analyse van de gegevens goed doordacht zijn, ondersteund worden door passende technologieën voor de opslag van gegevens, schaalbaar genoeg om de ontwikkeling van nieuwe functies te ondersteunen. Auto's waren een belangrijke maatschappelijke kwestie in de ontwikkelde landen in de jaren 1960 en 1970. Zij zijn nu in het geding gekomen in ontwikkelingslanden, ook met betrekking tot verstedelijking en vervuiling. De 20ste eeuw heeft de opkomst van de auto meegemaakt. Toch zullen er nog veel meer debatten volgen over automotive-technologieën, verdienmodellen en bedrijven. En dat niet alleen, ook zal er discussie volgen over ethische, filosofische en gedragsproblemen. 23-02
  • Minkels verkrijgt FM Approved certificering voor Drop Away Panels
    Leverancier van datacenter infrastructuur Minkels – onderdeel van het beursgenoteerde Legrand – heeft onlangs haar datacenter productportfolio uitgebreid met Drop Away Panels. Inmiddels zijn deze panelen ‘FM Approved’ (binnen de klasse 4651 - Suspended Plastic Ceilings) door FM Approvals, de testdivisie van de internationale verzekeraar FM Global. Minkels is de enige datacenter leverancier in Europa die een certificering heeft weten te verwerven in deze klasse.Minkels introduceerde in 2016 Drop Away Panels om de brandveiligheid in datacenters te vergroten. Bas Jacobs, Product Manager Minkels: “Drop Away Panels zijn specifiek ontworpen dakpanelen voor aisle containment oplossingen, die sprinkler- en watermistsystemen niet hinderen in het geval van brand. Bij brand in het datacenter worden de kunststof panelen van de Drop Away Panels automatisch week, vallen naar beneden en maken zo plaats voor de sprinklers(1).”De Drop Away Panels zijn inmiddels al enige tijd wereldwijd leverbaar. De grootste vraag naar de Drop Away Panels komt momenteel uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar verzekeringscontracten voor datacenter gebouwen sprinkler- en watermistsystemen vereisen. Naar verwachting worden de voorschriften voor datacenter gebouwen binnenkort ook strikter in landen als Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland. Jacobs: “De normering op het gebied van datacenter veiligheid wordt momenteel al flink aangescherpt, vanuit de Nederlandse Praktijk Richtlijn Computerruimtes en Datacenters (NPR 5313) en vanuit de Europese standaard voor inrichting van datacenters en computerruimtes (EN 50600). Hierdoor verwachten wij een boost in de vraag naar Drop Away Panels.”Minkels is volledig voorbereid op deze vraag, nu FM Approvals de dakpanelen (2) ‘FM Approved’ heeft. Jacobs: “Dit houdt in dat de panelen voldoen aan ‘FM Global’ verzekeringseisen. FM Approvals – de testdivisievan de internationale verzekeraar FM Global – keurt producten uitvoerig op de FM Global Research Campus, de thuisbasis van state-of-the-art faciliteiten en laboratoria. Producten die door de keuring heen komen, voldoen aan de hoogste normen op het gebied van veiligheid en schadepreventie en mogen het stempel ‘FM Approved’ dragen. Minkels is de enige datacenter leverancier in Europa die een certificering heeft weten te verwerven binnen de klasse 4651 (Suspended Plastic Ceilings). Minkels is enorm content met de certificering. Het is een bevestiging van ons streven naar kwaliteit en veiligheid in het datacenter.” 23-02
  • Suriname als uitvalsbasis voor ICT-dienstverlening Nederlandstalige bedrijven
    Uitbesteden van ICT-diensten is niet meer zo vreemd tegenwoordig. Dat gebeurt vaker als het gaat om specialistisch werk, zoals het uitvoeren van functionele en gebruikerstesten van software voor bijvoorbeeld een hypotheekdienstverlener (zie onderaan bij het artikel). Specialisten om dat werk te doen zijn dun gezaaid, maar FarShoring slaagt erin om in Suriname de juiste specialisten aan het werk te krijgen en de Nederlandstalige markt te bedienen. Met stijgend succes.Wat je ver haalt is lekker, luidt het spreekwoord. Of dat altijd zo is, zal van geval tot geval verschillen. Dat FarShoring met haar dienstverlening vanuit Suriname een schot in de roos is, is echter wel duidelijk. Directeur Kees Waals: ‘Het is misschien niet het eerste land wat in je opkomt als je denkt aan het uitbesteden van ICT-diensten, maar dat is eigenlijk volkomen onterecht. Suriname barst uit zijn voegen van het talent, van gedreven jonge en goed opgeleide mensen die bovendien ook de Nederlandse taal machtig zijn.’Nauwelijks specialisten te vindenDe dienstverlening is vanuit advieswerk eigenlijk ontstaan uit de behoefte bij klanten. Waals: ‘Een van onze klanten zocht testers. Mensen die software tot op het bot kunnen testen voor het live gaat binnen de organisatie. Deze zogenaamde functionele en gebruikerstesten zijn behoorlijk intensief, tijdrovend en specialistisch. In Nederland waren de specialisten daarvoor nauwelijks te vinden. Op een bepaald moment stuitten we in Suriname op een ICT-dienstverlener. Daar maakten we afspraken mee voor een proof of concept om de ‘adviessoftware’ van onze klant, een hypotheekdienstverlener, te testen. We gebruikten een periode van drie maanden om de KPI’s te definiëren, afspraken te maken over hoe we met elkaar zouden omgaan en te testen of het werkte. Dat beviel uitermate goed. De kwaliteit van de output was goed, de kwantiteit was goed, kortom, dat zag er goed uit. Het voordeel van werken in Suriname is dat het opleidingsniveau van de mensen er goed is, ze zijn gedreven om iets te bereiken, zeker de jongere generatie, en ze spreken Nederlands. Dat is absoluut een groot voordeel met betrekking tot de communicatie met onze Nederlandstalige klanten.’ Detachering op afstandDe ervaringen met het Surinaamse bedrijf waren zo goed, dat Waals direct de stoute schoenen aantrok en het bedrijf – de diensten en resources - in Suriname overnam. In vier dagen was het geregeld. FarShoring, met dienstverlening van detachering op afstand in Suriname was geboren. Waals: ‘Het ging inderdaad allemaal behoorlijk snel, maar het voelde gewoon goed. Het uitvoeren van functionele en gebruikerstesten voor software vereist veel kennis van de materie bij de mensen die deze testen uitvoeren. Onze mensen in Suriname pikken dat echter heel snel op. Zoals ik al aangaf: ze zijn goed opgeleid, volgens de Nederlandse methode, en ze zijn gedreven om goede resultaten te halen. Ze zijn ook ambitieus, ze willen echt iets bereiken en vooruitkomen. Die ambitie zorgt er ook voor dat deze mensen open staan en oog hebben voor nieuwe opportunities in hun eigen werk. Dat geeft ons weer ruimte voor aanvullende diensten. De dienstverlening op het gebied van tweedelijns ondersteuning vloeide bijvoorbeeld voort uit de gedegen kennis van de software die onze mensen hadden opgedaan tijdens hun testwerkzaamheden.’Focus op dienstverleningWaals wil echter wel focus houden met FarShoring. ‘We bieden specialisten die getraind zijn om heel specifieke opdrachten uit te voeren. Daar moet je ook weer niet te ver van afwijken. Anders verzand je in een moeras van algemene ICT-dienstverlening. Specialiseren loont, zeker in deze branche.’Gespecialiseerde aanvullingen kunnen echter ook liggen in uitbreiding van de diensten rondom de software van de klant, zoals nu het geval is met de toevoeging van een document composition component. Waals: ‘Daar hebben we ons nu in ingewerkt en dat gaat heel goed. Als wij die specifieke documenten voor onze klant aanmaken, scheelt het die klant veel werk en fouten in de uitvoering. Wij kunnen dat snel en goed, geheel volgens de specificaties van de business van de klant en daarmee heeft iedereen er voordeel bij. Als je als medewerker van de klantorganisatie niet altijd evenveel met alle functionaliteit in dergelijke software werkt, wordt het nooit echt helemaal je ding. Bij ons is dat toch anders. Wij werken er elke dag mee, testen alles en proberen dingen uit, controleren en lopen processen helemaal door.’Uitbreiding Een van de andere grote voordelen, naast de scholing en ambities van jonge Surinaamse ICT’ers, is het tijdverschil. Waals: ‘Er is een tijdverschil van net vier uur. Dat betekent dat je elke dag een soort overlap hebt van vier uur voor overleg. Op die manier blijven geen zaken langer onbesproken dan die halve dag, want dan heb je alweer contact gehad.’Op dit moment heeft FarShoring behoefte aan uitbreiding. Waals: ‘We kunnen de vraag amper aan en hebben mensen nodig. Daarnaast willen we uitbreiden in de dienstverlening, naar analogie van hetgeen ik hiervoor vertelde, maar ook naar dienstverlening voor andere markten, bijvoorbeeld Engelstalige landen. Goed werk levert weer nieuwe kansen en dat merken we nu.’ 23-02
  • 1 miljoen m2 gebouw met GPR gecertificeerd
    Meer dan 1 miljoen vierkante meter vloeroppervlakte is in Nederland gecertificeerd met GPR Gebouw. John Mak, directeur W/E adviseurs en maker van GPR: ‘Deze mijlpaal bevestigt de behoefte in de markt naar een handzame en betaalbare methode voor het certificeren van duurzaam vastgoed.’Het certificeren van gebouwen met GPR Gebouw is vanaf 2014 mogelijk gemaakt. Onlangs passeerde de teller 1 miljoen vierkante meter gecertificeerde vloeroppervlakte, een mijlpaal. Bij 67% van het totaal gaat het om gecertificeerde woningen, bij 33% zijn het utilitaire gebouwen. Ten opzichte van 2015 was er in 2016 een stijging van meer dan 300% aan gecertificeerde vierkante meter vloeroppervlakte te zien. Ook in 2017 lijkt die stijgende lijn zich door te trekken. Kijk voor alle gecertificeerde gebouwen op www.gprprojecten.nl.Sinds 2015 wordt GPR Gebouw gewaardeerd door de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB) en kunnen deelnemers punten halen met certificaten en berekeningen. GRESB meet jaarlijks het duurzaamheidsbeleid en de implementatie daarvan bij vastgoedfondsen en -portefeuilles. In 2016 heeft wereldwijd een recordaantal van 733 fondsen en portefeuilles deelgenomen aan GRESB.GPR Gebouw is in 1995 ontstaan vanuit een behoefte van de gemeente Tilburg om duurzaamheid eenvoudig meetbaar en bespreekbaar te maken. De software geeft inzicht in de duurzaamheid van vastgoed en de effecten van verduurzamingsacties met rapportcijfers op 5 thema’s en 16 subthema’s. 23-02
  • Bosch Thermotechniek nieuwe kennispartner van TVVL
    Bosch Thermotechniek heeft getekend voor het driejarig kennispartnerschap bij TVVL. Thermotechniek zet al geruime tijd in op de reductie van fossiele brandstoffen en maximalisering van de toepassing van duurzame energie. Met het kennispartnerschap draagt Bosch Thermotechniek bij aan kennisontwikkeling op dit gebied. TVVL levert als kennisknooppunt, oplossingen voor de technische uitdagingen van de toekomst. Met deze verbinding ondersteunt Bosch Thermotechniek TVVL in haar missie.John Lens, directeur bij TVVL: “Wij zijn verheugd met de keuze van Bosch Thermotechniek om kennispartner van TVVL te worden. Naast Carrier, Orange Climate, Remeha, Systemair en Nieman is Bosch Thermotechniek de 6e kennispartner en een waardevolle aanvulling. TVVL-kennispartners kenmerken zich als succesvolle ondernemingen die groei in de markt stimuleren en actief kennis delen.” Rik Visscher, Director Sales Operations bij Bosch Thermotechniek: “Met dit kennispartnerschap gaan we de samenwerking met andere leveranciers aan om de klant zo het beste te kunnen bieden. Wij signaleren een duidelijke behoefte aan kennis. Alleen door actief het gesprek met elkaar aan te gaan en in zetten op samenwerking en kennisdeling ontstaat innovatie. Kennispartner van TVVL worden is voor ons dan ook een logische keuze.” 22-02

Doelmatig onderhoud - Doelmatig onderhoud door echte onderhoudsprofessionals

Welkom op de website voor doelmatigonderhoud, de site voor de onderhoudsbranche en onderhoudssector, op deze site vinden o.a. leden van de NVDO, onderhoudsmanagers, de maintenance managers, adviseurs op het gebied van technisch onderhoud, aanbieders van producten en diensten op het gebied van technisch onderhoud de beste en meest actuele informatie, maar vooral veel nieuws veel doelmatig onderhouds nieuws.

Deze website is gemaakt door en voor de doelmatig onderhoud sector, en maakt het makkelijk om voor het maintenance management, leden van de NVDO, de doelmatig onderhouds managers, maintenance inkopers of eigenaren van onderhouds en doelmatigonderhoud bedrijven op een snelle en overzichtelijke manier interessante artikelen over het doelmatigonderhoud en totaal onderhoud te vinden. Op deze site zijn de interessantste websites uit het technische onderhoud, het facilitaire onderhoud de doelmatig onderhoud sector te vinden, welke o.a. mede zijn opgegeven door het maintenancemanagement, leden van de NVDO of de onderhoudmanagers uit de maintenance of facilitaire sector zelf, kortom door de meest beslissing bevoegde personen uit de maintenance, doelmatigonderhoud, totaal onderhoud en facilitaire branches.

Verder vinden o.a. de leden van de NVDO, de doelmatig onderhouds managers, maintenance inkopers of eigenaren van onderhouds en doelmatigonderhoud bedrijven snel de meest vertrouwde onderhoudstoeleveranciers, maintenance toeleveranciers, facilitaire toeleveranciers, en natuurlijk de beste maintenance professionals, maar vooral veel nieuws, heel veel nvdo, maintenance en doelmatig onderhoudsnieuws. Kortom, u vindt hier het nieuwste doelmatigonderhoud nieuws uit de technische, facilitaire en doelmatig onderhouds sector en alleen de beste en meest vertrouwde maintenance toeleveranciers uit de onderhouds sector.

meer nieuws

21-02-2017 | Werknemers bijzonder optimistisch over 2017
21-02-2017 | Eurest nieuwe cateraar voor Fokker
20-02-2017 | Samenwerking Centre Hotels en CSU Hotel Services
20-02-2017 | Vanderlande sluit de cirkel op Eindhoven Airport
20-02-2017 | OCS+ Steelcase wint REmmy Award
20-02-2017 | Shell verlengt contract met T-Systems
20-02-2017 | Kennis en Awards vormen goede combinatie
18-02-2017 | Nieuwe A4-kleuren mfp's van Konica Minolta
17-02-2017 | La Bergère Group kiest opnieuw voor CSU Hotel Services
17-02-2017 | Goed bezochte DCM Awards met nieuw format in Kasteel de Schaffelaar
17-02-2017 | Samenwerken aan een gezonde werkplek voor de toekomst
16-02-2017 | Xillio geeft obligaties uit op NPEX, de MKB-Beurs van Nederland
16-02-2017 | Ziekenhuis Gelderse Vallei selecteert Triple P
15-02-2017 | Datagestuurd toezicht bij de gemeente Eindhoven
15-02-2017 | CSU Top Employer 2017
15-02-2017 | Kwaliteit postbezorging in Nederland weer stabiel
15-02-2017 | Nederlandse economie groeit krachtig door
15-02-2017 | UWV Klantencontact voor de 10e keer COPC gecertificeerd
14-02-2017 | Meer CO2 uitgestoten in het vierde kwartaal 2016
14-02-2017 | Conservatorium Hotel en CSU investeren in ontwikkeling personeel
14-02-2017 | Sharp wint acht BLI-awards
14-02-2017 | Claranet versterkt marktpositie met overname Rely
13-02-2017 | Panasonic met nieuwe projectoren en bewegende laserprojectie op ISE 2017
13-02-2017 | Alertheid VvE’s op correct beheer noodzakelijk
13-02-2017 | Gemeente Haarlemmerliede automatiseert crediteurenadministratie met DDi
13-02-2017 | Canon Nederland gecertificeerd als Top Employer 2017
13-02-2017 | Vier bedrijven gaan groene stroom voor Rijksoverheid leveren
10-02-2017 | NEN verkent uitdagingen regelgeving Collaborative Economy
09-02-2017 | Nieuw foodconcept Eat Lean van ISS Facility Services
08-02-2017 | Tijdig afrekenen servicekosten kantoren steeds vanzelfsprekender
Leeg